Algemene dienst
Opleidingen – Algemene Dienst
Wanneer een kadet aanmonsterd aan boord van een Zeekadetkorps zijn er een aantal aspecten van het leven aan boord van een schip dat direct aan de kadet wordt uitgelegd: VEILIGHEID. Dit staat voorop aan boord omdat je echt aan het varen bent wanneer de trossen worden losgegooid.

De nieuwe gezichten binnen een korps worden aspirant genoemd. In periode van minimaal drie maanden krijgen de ongelikte kadetten een compleet inrouleer rooster te doorlopen.
Het begint met de veiligheid;
* Waar bevinden zich de nooduitgangen?
* Hoe werkt een reddingvest?
* Hoe klinkt het alarm?
* (De beste manier om blindelings de weg aan boord te weten, is met een theedoek om de uitgang proberen te vinden).
Naast de veiligheid ontmoet de aspirant de leiding door met een loopbriefje rond te gaan en de leiding zich laten voorstellen met een uitleg wie zij zijn en wat ze doen aan boord. Vervolgens is het tijd om te gaan knopen en splitsen. De basis is een takeling, paalsteek, mastworp, platte knoop, achtknoop en nog een aantal knopen.
Roeien, wrikken en zeilen behorenen tot een van de hoogtepunten in de kennismaking als aspirant. Wrikken leer je van een oudere zeekadet, roeien doe je met zn zessen en zeilen kan met zn vieren. Na een periode van minimaal drie maanden kan je worden geÏnstalleerd als Zeekadet der Derde Klas. Je moet dan wel aan een paar eisen voldoen en voldoende kennis hebben van voorgaande onderwerpen. Is het zover dat je geÏnstalleerd wordt dan moet je eerst een uniform passen. Muts met mutslint, buis met rouwdas en braniekraag, broek en jopper.
Klaar om voor het eerst in uniform op baksgewijs te verschijnen. (en thuis op de foto!)
Wanneer je Zeekadet Derde Klasse bent, begint het echte werk. Allerlei zaken moet je weten; zeil- en roei commandos, namen van een zeilboot, hoe werkt en kompas, verder gaan met knopen en splitsen, interne dienst organisatie van een Zeekadetkorps. Zeemanschap (hoe werkt een blok en takels), roer- en stuurorders, beginselen van regels op het water, enz., enz.
Wanneer je dit beheerst moet je een test afleggen. Slaag je hiervoor dan behaal je het eerste brevet; Sloepgast 2.
Met deze basiskennis kan je verder gaan als Zeekadet; Nautische-, Technische of Logistieke Dienst.
Opleidingen – Algemene Dienst
Wanneer een kadet aanmonsterd aan boord van een Zeekadetkorps zijn er een aantal aspecten van het leven aan boord van een schip dat direct aan de kadet wordt uitgelegd: VEILIGHEID. Dit staat voorop aan boord omdat je echt aan het varen bent wanneer de trossen worden losgegooid.

De nieuwe gezichten binnen een korps worden aspirant genoemd. In periode van minimaal drie maanden krijgen de ongelikte kadetten een compleet inrouleer rooster te doorlopen.
Het begint met de veiligheid;
* Waar bevinden zich de nooduitgangen?
* Hoe werkt een reddingvest?
* Hoe klinkt het alarm?
* (De beste manier om blindelings de weg aan boord te weten, is met een theedoek om de uitgang proberen te vinden).
Naast de veiligheid ontmoet de aspirant de leiding door met een loopbriefje rond te gaan en de leiding zich laten voorstellen met een uitleg wie zij zijn en wat ze doen aan boord. Vervolgens is het tijd om te gaan knopen en splitsen. De basis is een takeling, paalsteek, mastworp, platte knoop, achtknoop en nog een aantal knopen.
Roeien, wrikken en zeilen behorenen tot een van de hoogtepunten in de kennismaking als aspirant. Wrikken leer je van een oudere zeekadet, roeien doe je met zn zessen en zeilen kan met zn vieren. Na een periode van minimaal drie maanden kan je worden geÏnstalleerd als Zeekadet der Derde Klas. Je moet dan wel aan een paar eisen voldoen en voldoende kennis hebben van voorgaande onderwerpen. Is het zover dat je geÏnstalleerd wordt dan moet je eerst een uniform passen. Muts met mutslint, buis met rouwdas en braniekraag, broek en jopper.
Klaar om voor het eerst in uniform op baksgewijs te verschijnen. (en thuis op de foto!)
Wanneer je Zeekadet Derde Klasse bent, begint het echte werk. Allerlei zaken moet je weten; zeil- en roei commandos, namen van een zeilboot, hoe werkt en kompas, verder gaan met knopen en splitsen, interne dienst organisatie van een Zeekadetkorps. Zeemanschap (hoe werkt een blok en takels), roer- en stuurorders, beginselen van regels op het water, enz., enz.
Wanneer je dit beheerst moet je een test afleggen. Slaag je hiervoor dan behaal je het eerste brevet; Sloepgast 2.
Met deze basiskennis kan je verder gaan als Zeekadet; Nautische-, Technische of Logistieke Dienst.